Compendium van Vreemdlichaamdetectie - DEEL 4
Om te garanderen dat de gebruikte vreemde-voorwerpendetectoren binnen de gevoeligheidsnormen functioneren, zijn regelmatige tests (verificatietests) noodzakelijk. Het is essentieel om te controleren of vreemde voorwerpen betrouwbaar worden gedetecteerd en of bij een verontreinigd product de juiste uitscheidingsmechanismen of signaal- en waarschuwingssystemen worden geactiveerd.
Uitvoering van de toetsing
In principe moeten de verificatietests worden uitgevoerd met de hoogste eisen aan de detector (worst-case scenario). Dit omvat:
- Gebruik van verontreinigingstypen die worden verwacht of het moeilijkst te identificeren zijn
- Plaatsing van de verontreiniging op de positie binnen het product waar deze het moeilijkst te identificeren is
- Plaatsing van het verontreinigde product op de plek van de detector met de laagste gevoeligheid (meestal het midden van de detector)
- Test van de uitscheidings-/signaalapparatuur met meerdere verontreinigde producten direct achter elkaar
Gebruik van testobjecten
Voor verificatietests van vreemde-voorwerpendetectoren worden doorgaans ijzerhoudende (FE), niet-ijzerhoudende (NFE) en niet-magnetische roestvrijstalen monsters (V2A) gebruikt. De testobjecten zijn bolvormig, wat een positie- en vormonafhankelijke test mogelijk maakt. Sesotec biedt u verschillende soorten testobjecten met ingegoten testbollen aan:
- Test MiniStick 10 x 10 x 20 mm van plexiglas
- Test Stick 10 x 10 x 100 mm van plexiglas
- Test Cube 20 x 20 x 20 mm van plexiglas
- Test FlexStick l = 250 mm
- Test bal Ø 25 mm van POM
In principe kunnen verificatietests alleen met testobjecten, zonder product, worden uitgevoerd. Voor een betrouwbare controle van de detector is het echter altijd aan te raden om met product te testen. Hiervoor wordt een testobject in of op het product geplaatst, op de plek waar identificatie voor de detector het moeilijkst is. Bij het gebruik van testpakketten (testobject in of op het te onderzoeken product) moet vooraf worden bepaald:
- hoe wordt gewaarborgd dat het gebruikte product vrij is van verontreinigingen voordat de testobjecten worden aangebracht,
- op welke plek van het product de testobjecten moeten worden geplaatst,
- na welke periode nieuwe testpakketten moeten worden gebruikt (productveroudering kan tot valse meldingen leiden),
- hoe wordt voorkomen dat het testpakket in de toeleveringsketen terechtkomt (bijvoorbeeld door gekleurde markering).
Testfrequentie
In principe moeten verificatietests op de volgende momenten worden uitgevoerd:
- bij ploegwisselingen of aan het begin en einde van de dagelijkse productie
- na een productwissel
- na een batchwissel
- bij wijzigingen in machine-instellingen
- na stilstand van de productie, bijvoorbeeld door reparaties
- regelmatig tijdens de productie
Tijdens een verificatieproces worden drie testrondes per testobject en -positie als noodzakelijk beschouwd. Bij goede detectieprestaties wordt één test per testobject en -positie als Best Practice gezien.
*Voedselstandaarden van het British Retail Consortium
Ontdek hier de 4 delen van ons compendium
I'm sorry, but it seems like the text you want translated is missing. Could you please provide the German text you would like translated into Dutch?
Basisprincipes van Metaaldetectie
In dit hoofdstuk geven we een overzicht van de rol en effectiviteit van industriële metaaldetectoren voor de voedingsindustrie.
I'm sorry, but it seems that the text you want translated is missing. Could you please provide the German text you would like translated into Dutch?
Röntgensystemen voor Voedsel
Ontdek hier hoe röntgendetectoren organische en anorganische verontreinigingen in voedsel opsporen.
DEEL 3
HACCP voor Voedsel
In dit hoofdstuk leggen we uit op welke momenten in de productcyclus kwaliteitsborgingsmaatregelen moeten worden geïmplementeerd.